Help! Het is weer winter. Voor velen betekent dat een periode van pijnlijke Winterhanden en Wintertenen, ook wel Perniones genoemd. In deze en de volgende post geven we je enkele Tips & Tricks.

Waaraan herken je winterhanden/tenen
Vaak in koude en natte jaargetijden, als je in de (vochtige) kou bent geweest, kunnen op tenen en handen rode of paarse plekken en zwellingen ontstaan. De plekken jeuken en/of zijn pijnlijk en dit wordt erger als je in een warmere omgeving komt. De aandoening komt het meeste voor aan de bovenkant van de vingers en de tenen maar kan ook op de voeten, de benen, de heupen, de armen en de oren voorkomen. De zwellingen op de vingers kunnen erg hinderlijk zijn en de handfunctie beperken.

Hoe ontstaan winterhanden/tenen?
Dit ontstaat simpelweg door een vertraging in de reactie op temperatuurverschillen van bloedvaten in je handen en voeten. In koude en natte periodes ontstaan roodheid, zwellingen, pijn en jeuk. Ongeveer 10 procent van de Nederlanders heeft er wel eens last van (gehad). Vroeger kwam het vaker voor dan tegenwoordig. De reden daarvan is dat we betere (warmere) kleding hebben en goede  verwarmingsinstallaties in huizen en gebouwen. Toch speelt niet zozeer de temperatuur, als wel de vochtigheidsgraad van koude lucht een grote rol. In een vochtige omgeving wordt koude beter geleid dan in een droge omgeving en daarom komen wintertenen en winterhanden in zeer koude en dus droge streken, zoals in Scandinavië en Siberië, niet of nauwelijks voor.

Als je al aan een aandoening aan de bloedvaten lijdt, bijvoorbeeld aderverkalking (arteriosclerose), dan heb je  meer kans op het krijgen van wintertenen en winterhanden dan  iemand die niet aan deze aandoening lijdt. Dit geldt ook als je gebruiker bent van zogenaamde bètablokkers (geneesmiddelen die onder andere worden gebruikt bij hoge bloeddruk ). Ook een flink onder- of overgewicht maakt de kans op het krijgen van winterhanden en wintertenen groter.

Hoe ernstig is het?
Hoewel wintertenen en winterhanden erg vervelend kunnen zijn, is de aandoening in principe onschuldig. Over het algemeen zullen de klachten binnen twee tot vijf weken verdwijnen. Jammer genoeg keert, in de meeste gevallen, de aandoening het volgende jaar weer terug, hoewel normaal gesproken  elk jaar in mindere mate, en na ongeveer tien jaar blijven de klachten geheel achterwege . Bij oudere mensen komt het echter regelmatig voor dat de aandoening steeds blijft terugkeren en in ernst kan toenemen. Helaas is er nog geen  afdoende behandeling voor deze aandoening.

Wat kan ik er zelf aan doen?
Er zijn vele (huis)middelen tegen winterhanden en tenen, maar geen van de oplossingen bleken afdoende. Wel kun je de klachten wat verlichten met de volgende tips.

  1. Heel voorzichtig wrijven over de pijnlijke plekken.  Doe dat vooral voorzichtig omdat de huid al extra gevoelig is voor irritatie.
  2. Neem gerust een pijnstiller als je veel pijn hebt. Paracetamol werkt in dit geval het beste maar overleg altijd eerst even met je huisarts of apotheker welke medicijnen voor jou geschikt zijn.
  3. Niet krabben! Hoewel de plekken erg kunnen jeuken, is het belangrijk dat je probeert niet te krabben. Door krabben kunnen wondjes ontstaan die door de verstoring van de doorbloeding snel kunnen gaan ontsteken.
  4. Probeer een wisselbad. Soms kunnen wisselbaden (3 minuten in warm water, 30 seconden in koud water en afsluitend met warm water) nog wel eens een gunstig effect hebben.  Effectief, waarschijnlijk vanwege het stimuleren van de bloedsomloop. Ook als voorzorgsmaatregel aan te raden als je al eerder winterhanden en wintertenen hebt gehad.
  5. Ruime, warme schoenen en handschoenen kunnen de klachten voor een deel voorkomen.
  6. Vermijd strakke kleren. Probeer zo veel mogelijk te bewegen, blijf niet te lang stilstaan of stilzitten.

Wanneer naar de huisarts?
Het is raadzaam een afspraak te maken bij uw huisartspraktijk wanneer:

  • de aandoening zich uitbreidt en dus niet meer alleen in de tenen of de handen aanwezig blijkt;
  • de klachten ook optreden wanneer je niet in de kou bent geweest;
  • je erg veel klachten hebt;
  • je bètablokkers gebruikt (middelen tegen bijvoorbeeld hoge bloeddruk).
  • In het laatste geval kan het mogelijk zijn om van medicatie te veranderen.
Advertenties